Beweging zonder voortgang.

Dit is het boek waar het voor mij begon.
Het beeld dat maar bleef terugkomen was simpel: een machine die draait, geluid maakt, energie kost, iedereen bezig houdt ... en toch nergens komt. Niet kapot. Wel stilgevallen op een manier die lastig uit te leggen is als je er middenin zit.
Ik heb jarenlang gewerkt op het snijvlak van twee werelden.
Aan de ene kant bureaus en projectteams waar snelheid normaal is, deadlines echt zijn en beslissingen genomen moeten worden. Aan de andere kant grote organisaties waar structuur, afstemming en continuiteit veel belangrijker zijn.
Geen van die werelden is fout. Maar zodra ze samen moeten werken, praten ze elkaar opvallend vaak voorbij.
Het bureau brengt urgentie. De organisatie brengt proces. Het resultaat is vaak veel beweging, maar weinig voortgang.
Dat patroon bleef ik overal zien. Dus ben ik het gaan opschrijven.

Dit boek gaat over herkenbare patronen in grote organisaties. Niet als wetenschappelijk model, maar als iemand die erin heeft gewerkt, eraan heeft verdiend en er ook zelf onderdeel van was.
Je vindt hier onder andere:
Het zijn kleine diagnoses. Vaak ongemakkelijk herkenbaar.
Voor managers die voelen dat er iets wringt maar er nog geen taal voor hebben. Voor consultants die in twintig vergelijkbare organisaties hebben rondgelopen en zich afvragen of het steeds dezelfde film is. Voor professionals die expertise genoeg hebben, maar te weinig bewegingsruimte.
Dit boek is niet bedoeld als stappenplan. Het is eerder een spiegel.
De stilgevallen machine draait niet op slechte mensen. Hij draait op mensen die rationeel reageren op de prikkels die voor hen liggen.
Precies daar zit ook de pijn. Want als het systeem logisch gedrag beloont dat toch niets oplost, dan blijft de machine draaien.
